foto van Kooijk
Begin 2007 ontmoette ik Eddie van Kooijk, de zoon van John van Kooijk.
John maakte in de oorlog deel uit van de Eindhovense ondergrondse. Na de bevrijding van Eindhoven sloot hij zich aan bij de E Compagnie van het 506de Para Infanterie Regiment van de 101ste Airborne Divisie, bekend geworden door de serie Band of Brothers.
In aflevering 4 van die serie wordt John geportretteerd door Hugo Metsers op het moment dat hij zijn diensten aanbiedt aan Dick Winters.Zijn zoon Eddie gaf me de brieven die zijn vader in de tachtiger jaren aan Dick Winters en Frans Kortie (Eindhoven) schreef. Ik heb de brieven integraal in deze pagina's opgenomen en dus geen veranderingen in de tekst aangebracht. De brieven aan Frans Kortie wijken qua detail iets af van die aan Winters.
poster spelen 1936
Mijn afkeer voor het Nazi regime vond eigenlijk zijn oorsprong in 1930.
Ik was toen als "Vrijwilliger op Korte Termijn" ingedeeld bij de tweede batterij Houwitsers 15 lang 17 te Naarden en ging op ’n avond een vriend in Bussum opzoeken, waarmede ik op de NSF had samengewerkt. Zijn naam was Jacobus Bögenholz en hij was oorspronkelijk van Duitse afkomst, althans zijn ouders,
Kootje luisterde die avond naar 'n rede van Adolf Hitler en zei steeds: "Joop, om je rot te lachen". Ik zei toen:  "Ko, ik zou er maar niet om lachen want dat lijkt mij 'n gevaarlijk mannetje".
Ik heb Ko na de Oorlog in Eindhoven ontmoet en kwam toen te weten, dat hij lid van de Partij was geweest en daardoor moeilijkheden had ondervonden. Om je rot te lachen!
In 1934 kwam Ir. Ad Paulen bij de PSV Atletiek op bezoek om te zien of PSV materiaal had voor de Olympische Spelen in Berlijn.
Adje Paulen vond mij een geschikte kandidaat voor de tienkamp. Ik voelde weinig voor Berlijn, voor de Olympische Spelen en nog minder voor Hitler en zodoende heb ik zijn verzoek afgewezen.In de zomer van 1935 zou de Atletiekvereniging "West-Preussen" van Krefeld bij ons op bezoek komen. Henk Kamerbeek en Harry Roos vroegen mij extra hard te trainen want die Duitsers waren goede atleten. Dat deed ik dan ook en ik was in goede vorm. Maar toen zij in gesloten formatie het veld betraden en de tribune en de spoorbaan de Nazi groet brachten, zei ik tegen Bohl ('n goede Duitser in o
nze club) : "Als ze- mij nodig hebben dan ben ik thuis".
Henk Kamerbeek trachtte mij in de doucheruimte over te halen te blijven maar ik weigerde en zei : "Henk, dit zijn geen sportmensen maar Nazi s en daar pas ik voor".
In de eerstvolgende wedstrijd werd ik dusdanig dwarsgezeten dat ik besloot de PSV vaarwel te zeggen, maar in 1941 haalde Henk mij over toch weer te komen trainen. De eerste wedstrijd zou in Weert plaatsvinden en wie verschenen daar op toneel ? Duitse uniformen! Ik zou op de 100 mtr.  uitkomen tegen Rienus Osendarp maar ik heb het laten afweten.

De Philips periode

In september 1939 was ik werkzaam op het Productie bureau van de Philips’ Apparaten fabriek onder leiding van de heer G. Weijschede. Weijschede was 'n pracht vent.
Op verzoek van Ir. Hazeu werd ik toen uitgeleend aan de afd. Röntgen, waar de materiaal voorziening danig in de soep zat. Maar zonder mijn medeweten werd ik definitief overgeplaatst naar de Röntgen. Zodoende was ik daar gedurende de Oorlogsjaren werkzaam. Röntgen maakte apparaten, die de Duitsers dringend nodig hadden, vooral ’n kogelzoekapparaat.  We moesten maandelijks de aflevering van een aantal apparaten garanderen, maar dat klopte op geen stukken na. Dus op 't matje komen van Dr.Nolte, bedreigingen aanhoren en maar weer beloven ons best te doen. Dat liep tenslotte zover, dat 'n bezoek aan een concentratie kamp in het verschiet lag maar de Engelsen brachten redding door de röntgenfabriek te bombarderen waardoor de materiaal voorziening helemaal in de soep lag. Ik moet wel stellen, dat wij de Duitse toeleveringsbedrijven voor de stagnatie in de productie verantwoordelijk stelden, Dit konden wij -in samenwerking met de afdeling inkoop en de materiaalkeuring - bewijzen door het produceren van Duitse berichten, dat "die Auslieferung Ihrer Aufträge wegen Flugerangriffen einstweilig verschieben werden müsste" en door rapporten van de materiaalkeuring dat het materiaal niet te gebruiken was.
Uiteraard kwamen vele hoge Duitse Officieren bij ons op bezoek en bij één van die bezoeken kreeg ik de opdracht van Hazeu de hoge pieten rond te leiden. Dat geschiedde in een  ijltempo en een retourtje met de vrachtlift en geen handje geven. Dat deed de deur dicht.  Nog die zelfde avond zat ik op de Fuutlaan en moest iedere dag, gedurende 6 weken lang, terugkomen om de ondervraging voort te zetten. Door een grote bek en gedegen kennis van de Duitse taal ben ik er doorgekomen, maar het had anders kunnen aflopen.
Naast het saboteren van de productie was ik ook nog bezig met het verzamelen van gegevens over duitse troepenbewegingen en wat er "alzo "op Welschap plaatsvond.
Wat Welschap betreft had ik twee goede bronnen ; Obergefreiter Klehr, een Duits zwemkampioen van Keulen en een brave boerenjongen uit Oldenborg, Ost-Friesland. Klehr was een uitgesproken "kontlikker", die doodsbang was ingezet te worden en dan ook alles deed om bij zijn officieren in een goed blaadje te komen.
Hij kende Eindhoven op zijn duimpje, wist waar hij op de zwarte markt zijn spullen kon krijgen en van mij kreeg hij in ruil voor waardevolle inlichtingen wat spullen voor zijn officieren, maar wel tegen overgave van bonnen.
Zodoende kwam ik te weten hoeveel jagers en bommenwerpers er van Welschap boven  Engeland werden neergeschoten, en hoeveel geallieerde vliegtuigen op de terugvlucht boven Eindhoven en omgeving door het luchtafweergeschut of nachtjagers waren neergehaald. Ook de schade, die engelse vliegtuigen hadden aangericht op Welschap kwam ik te weten en ook van belang waren de mededelingen over het overplaatsen van gevechtseenheden naar het oosten. Deze berichten werden alle doorgespeeld aan de Heer Weijschede en ik ben er zeker van dat ze uiteindelijk op de goede plaats terecht kwamen.
Toen de boerenjongen uit Oldenborg naar het oosten overgeplaatst zou worden heb ik hem 'n onderduikadres verschaft in Bredenbroek, Gelderland. Verder had ik nog contact met 'n zekere Theo, die ik kende als  B4 en die in Valkenswaard woonde. Theo was na de oorlog werkzaam bij het bureau van de Nationale Veiligheid in Eindhoven.
Ad Wolterbeek was 'n vent van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Ik leerde hem in 1934-1936 kennen als lid van de HTCC Cricketclub. Hij passeerde de ballotage omdat zijn vriendin, Pop Mol, een van onze beste dames hockeyspeelsters was. Maar hij werd genegeerd en dat vond ik niet juist. "To be or not to be, that’s the question".
Ik bemoeide me dus zo af en toe met hem en dat heeft hij altijd zeer op prijs gesteld. Van de postzegelhandel in de Vrijstraat verhuisde hij naar de SICHERHEITSDIENST en werd de naaste medewerker van Weber.
Ad redde mijn broer Arnold, die in de Mathildelaan de (familie) Cardozo’s verborgen had. Dat was mij niet bekend, want ik had sedert 1939 geen enkele verbinding met deze broer. Zelfs nu nog niet. Maar Ad dacht, dat ik die van Kooijk was en zodoende bofte mijn broer, dat hij niet in ’n K.Z.  terecht kwam.
Ad had ‘n minderwaardigheidscomplex en om zijn Duitse baas te overtuigen  dat hij in goede kringen vertoefde gaf ik hem 'n cricketfoto 13x24 waarop Ad in volle uitrusting (lange witte broek, wit hemd en witte trui) stond afgebeeld. Een van de Eindhovense elite!
In overleg met de heer Weijschede, die deze verbinding uitermate belangrijk, maar ook gevaarlijk vond, verschafte ik hem zogenaamde belangrijke gegevens omtrent mensen die gezocht werden en die niet meer in Eindhoven vertoefden. Een daarvan was v.Wagenaar (?), de man van Het Parool, die zijn Pop Mol had afgesnoept. We stuurden hem van het kastje naar de muur en tenslotte vertelde ik hem dat v. Wagenaar zich bij de Witte Brigade in de Ardennen had gevoegd.
Ad waarschuwde mij voor huiszoeking. Er was hem bericht, dat ik 'n radio in huis had.
Ad was trots op zijn werk en betekende nu wat. Ik geloofde het niet en vroeg hem dat te bewijzen. Zijn antwoord: “Over 3 weken worden alle Joden die nog bij Philips werken weggevoerd”. Met deze mededeling hebben wij het leven van vele Joden kunnen redden. Een van hen was Ir. Lopez Cardozo, die in het Witte Dorp woonde in ‘n achterneef was van mijn zuster Mary in Amsterdam. Zijn vrouw kende ik ook goed want zij was lid van HTCC Tennis.
Cardozo dacht, dat hij veilig was omdat hij officier in het Nederlandse leger was geweest. Niettemin heb ik hem van het gevaar kunnen overtuigen en gevraagd de andere Joden te waarschuwen om weg te komen.
Ik heb Cardozo na de oorlog nog gesproken en was' mij zeer dankbaar. De reden van dit alles is om jou duidelijk te maken dat ik goed op de hoogte was van de werkzaamheden van de Sicherheitsdienst en van
de Duitse posities in en rondom Eindhoven.Toen dan ook de 101 hier landde, heb de levens van vele jongens door het verschaffen van deze gegevens kunnen redden.

Het eerste contact met de 101ste

Op 18 September 1944 - ik woonde toen in Nuenen - gingen Piet Louwers en ik al vroeg op stap om ons bij de parachutisten te voegen.Een Amerikaanse soldaat, die in dekking lag, verwees mij  naar de Lt. Eddie Shames van HQ 2nd Bn 506.(rechts) Eddie bracht mij weer in contact met de Commandant, de Colonel Robert Strayer. (uiterst rechts)
Ik adviseerde de Colonel zoveel mogelijk gebruik te maken van de hulp die de bewoners zouden bieden; hoe het Spoorwegstation van de achterkant te benaderen en te bezetten; het veiligstellen van de vele bruggen de kortste weg en veiligste weg naar het vliegveld te nemen; op te passen voor die Duitse afdeling in de school in de Woenselsestraat én hoe het huis van Dr. Verhagen te benaderen,
Wat het Station en de bruggen betreft kreeg ik de hulp van 'n groothandelaar in aardappelen, die aan het einde van de Eckartseweg woonde. Jammer, maar zijn naam ben ik vergeten. Hij was van het goede soort .Toen we Eindhoven binnentrokken werden we onder vuur genomen door Duitse sluipschutters die zich hadden verschanst in de "De Oude Toren". (uiterst links)
Eddie Shames nam er enkele gevangen en stelde ze op tegen de muur van de kerk op de hoek van de Kloosterdreef en de Pastoriestraat.(links) Een van de gevangenen was zwaar gewond en ik stond hem toe om te gaan zitten terwijl Eddie - om de een of andere reden  - vertrok. Toen stelde Lt.Perdue en zijn mannen, geleid door Henk Staals, een heel goede vriend van me, enkele vragen. Henk zou de groep gaan begeleiden naar het Duitse 88mm. kanon op de hoek van de Kloosterdreef - Woenselsestraat
Ik adviseerde Henk om dat kanon vanuit 3 richtingen te benaderen en dat heeft hij ook gedaan. In het boek "RENDEVOUS WITH DESTINY" kreeg een neef van Piet Pulles alle eer daarvoor maar het wordt tijd dat Henk Staals in toekomstige publkicatie ook wordt vermeld als deelnemer aan deze hele belangrijke operatie.
shames strayer
henk staals
krijgsgevangenen
Voor de operatie Dr. Verhagen, waarvan Lt. Perdue de leiding had, kreeg ik dus de hulp van Henk Staals.(boven links)
Henk kende de situatie als inwoner van Woensel en zou op mijn advies de achterkant van de huizen benutten, als dat nodig mocht zijn, om de villa van Dr. Verhagen van 3 zijden te benaderen, nl. voorkant, achterkant en zijkant van de villa.
Zelf kon ik niet aan die operatie deelnemen omdat ik 'n aantal krijgsgevangenen bewaakte (hoek Pastoriestraat/Kloosterdreef).

Henk Staals, naar ik meen later werkzaam bij het VVV, komt dan ook alle eer toe voor het slagen van deze operatie.

noot webmaster
: Ik bezocht Henk Staals in juli 2007 (88 jaar oud) en hij bevestigde het verhaal van John van Kooijk. Een duidelijk verschil met het verhaal zoals dit wordt beschreven in het boek "Rendez vous with Destiny" en "Hell's Highway" van G. Koskimaki, waarin Bert Pulles wordt genoemd als degene die de Amerikanen naar hun doel bracht.

De foto rechtsboven is de enige foto die Henk Staals uit de oorlog heeft bewaard en is volgens hem gemaakt tijdens het maken en bewaken van de krijgsgevangen tegen de toen nog bestaand muur van het kerkhof bij de Pertruskerk aan de Kloosterdreef.

Vanwege deze onduidelijkheid had ik in juli 2007 had ik contact met Bob Perdue en hij gaf op bovenstaande het volgende commentaar:

"Ik denk dat de rol van Pulles heel goed aangetoond en beschreven is. Maar het is zeer wel mogelijk dat Staals er ook bij betrokken was. Als ik het me goed herinner waren er twee groepen van mijn platoon bij betrokken en misschien heeft Pulles de ene groep en Staals de andere groep erheen geleid."
Intussen had Colonel Sink zijn HQ, opgeslagen t. o. het van Abbe Museum, waar ik hem af en toe bezocht voor het geven van inlichtingen en dit vanzelfsprekend in overleg met Colonel Strayer. Van Woensel verplaatsten wij ons HQ naar Tongelre, in het oude raadhuisje aan het Hofke. (rechts) Vandaar ondernamen Eddie Shames en ik patrouilles naar Nuenen, waar wij nu niet al te vriendelijk door de Duitsers werden ontvangen. Ik kreeg onderweg contact met een zekere van Lierop, die tussen Helmond en Aarle Rixtel woonde. Hij bleek goed op de hoogte te zijn van de Duitse troepenbewegingen en daarom nam ik hem mee naar ons HQ om Colonel Strayer van het een en ander op de hoogte te stellen. Bob
was in de wolken en verzocht hem terug te gaan en 'n zodanige positie in te nemen dat hij alle Duitse troepenbewegingen  in de richting van Aarle-Rixtel en Nuenen kon gadeslaan. Dat deed hij met succes.
Wij konden hieruit afleiden dat de Duitsers een tankslag aan het voorbereiden waren en trachtten door te stoten naar Best. Door deze inlichtingen waren de Engelsen in staat 'n omtrekkende beweging te maken om zodoende de Duitsers te dwingen terug te trekken. Eddie en ik waren er getuige van dat Duitse tanks oprukten in de richting van Eckart en een Engelse tank vlak bij ons buiten gevecht stelde.Dat zij niet verder oprukten in de richting van Eindhoven had niets te maken met de capaciteit van de brug bij  het zogenaamde Kasteeltje.
Ze wisten zeer goed dat ze dreigden ingesloten te worden en dat de brug in Best reeds buiten gevecht gesteld was, dwz. opgeblazen.
oud gemeentehuis tongelre

noot webmaster: Deze uitspraak is zeer opmerkelijk omdat sinds de oorlog wordt verteld dat de Duitsers de brug niet passeerden omdat iemand (Willem Hikspoors) hen had verteld dat de brug te zwak was. Nu nog staat dit op de betreffende brug vermeld.

Van Eindhoven trokken we via St. Oedenrode naar Veghel en daar hadden wij het zwaar te verduren. De weg van St. Oedenrode naar Veghel was relatief smal en onze voertuigen stonden bumper aan bumper omdat er geen doorstroming was.
De Duitsers maakten hiervan dankbaar gebruik om onze voertuigen zwaar te bestoken en de verliezen aan mensen en materiaal waren dan ook aanzienlijk.
Toen Eddie Shames en ik in de Hoofdstraat van Veghel opreden moesten we in een van de huizen dekking zoeken voor de zware mortieren en granaten.
Een van die huizen was reeds bezet met Engelse artilleristen en die waren doodsbang, de schuilkelder was achter het huis, maar dat werd onder vuur gehouden door de Duitsers. Toen Eddie en ik de Duitsers gingen bestoken konden ze een voor een veilig naar de schuilplaats rennen.
Op een van onze vele verkenningstochten, in dit geval op zoek naar sluipschutters, werd Capt. Hall, die vlak naast mij zat, in het voorhoofd getroffen.
De volgende morgen waren Eddie en ik op weg naar Erp toen uit een van de zijstraten een Duitser het vuur op ons wilde openen, maar ik was hem te vlug af, en had mijn eerste "Heini" te pakken.
In Erp had de Majoor Heath zijn CIC team opgezet in 'n boerderij. Nadat de Duitse sluipschutters verdreven waren konden we hem bezoeken.
Ik merkte toen op, dat de grond voor het huis (achterkant boerderij) bewoog en wat bleek? De gehele familie had zich daar in 'n  put, bedekt met stro, voor de Duitsers schuilgehouden.
Met de Lt. Alfred Winters (Frosty) (noot webmaster: Hiermee wordt dus niet Dick Winters bedoeld) ging ik zoek naar supplies in de richting van Zijtaart en maakte daar enkele Duitsers krijgsgevangen.
Met Lt. Mayer (Verbindingen) zouden we 's avonds zijn "set-up" bezoeken, toen bleek dat de Duitsers het bezet hadden. We moesten toen de benen nemen en de jeep in de steek laten, maar na 't vuurgevecht ging ik terug om de Jeep terug te rijden.
In Uden werd ik toegevoegd aan Lt.Winters (Frosty) en kreeg de taak na te gaan waar de uniformen van de soldaten gewassen konden worden.
Dat gebeurde in Eindhoven op de Blaarthemseweg en in Uden, Daarna ging ik met de 2e Lt. 0' Brien op stap om enkele vette kalveren te kopen en werd ik weer ingedeeld bij Eddie Shames.


Een toevalstreffer


We gingen op verkenning in de richting Volkel en Zeeland. Maar op weg naar Zeeland troffen wij, verscholen in de bossen,  een doorvoerstation van de PNEM aan met telefoonverbindingen tot zelfs Den Bosch.
De beheerder van dit station zei dat de gesprekken niet afgeluisterd konden worden omdat de kabel ondergronds lag. Maar om zeker te zijn, dat de oproep aan de andere kant door goede Nederlanders beantwoord zou worden, verzocht ik hem Den Bosch te bellen om vast te stellen of de juiste man aan de lijn was en dat bleek het geval te zijn.
Maar alvorens van deze verbindingen gebruik te maken moest toestemming worden verleend. Ik werd verzocht 'n bezoek te brengen aan het Hoofdkwartier van het Engelse Leger te Veghel en werd daar danig aan de tand gevoeld. Ze moesten wel zekerheid hebben dat dit mannetje betrouwbaar was.
De verbindingen met de diverse stations leverden goede resultaten op wat betreft Duitse troepensterkte en troepenbewegingen, contacten met het verzet daar en zelfs verbinding met Prins Bernhard in Maastricht.
Om even op Zeeland terug te komen; Eddie en ik waren de eerste Amerikanen, die dat dorpje binnenkwamen. Op het pleintje, vlakbij 'n kiosk, woonde de kapper (Ganzewinkel of Ganzeveurder) die Eddie 'n extra goede beurt gaf. De broer van deze kapper was priester in Norfolk, waar Eddie woonde en Eddie kende hem zeer goed. We hebben later brieven opgepikt, die Eddie via de A.P.O. verzond en die later door de priester beantwoord werden.
In Grave stonden Colonel Charles Chase en ik bij de brug de luchtgevechten gade te slaan tussen Duitsers en Engelsen ? (in ieder geval geallieerde vliegtuigen) Op 'n gegeven moment zei de kolonel: "John, don't you think it's dangerous just standing here ?" waarop we tegen de dijk dekking zochten en toen bleek dat iedereen daar lag. Later heeft Charlie Chase dat verhaal nog vaak verteld.
De verkenningstocht met Eddie Shames bracht ons in de bossen in de omgeving van Mook en Groesbeek en daar was het niet veilig.
Niettemin zag Eddie kans 'n rookloos vuurtje te onderhouden en onze K-rations op te warmen.
Via Nijmegen naar Elst, Lienden, Valburg, Zetten, Randwijk en Hemmen.

winters bij schoonderlogt
winters met nixon
Ons eerste HQ werd ingericht in de kapitale boerderij van (ik meen) de familie MOM -(links).
Ik heb enkele jaren geleden met Nel Jongeneel deze mensen weer eens bezocht.Van Lienden naar Zetten waar de kolonel zich vestigde in de Normaal school en vandaar naar Hemmen.
Activiteiten: het verwijderen van onbetrouwbare elementen over de Nijmegen-brug, evacuatie van mensen uit de gevechtszones; verkenningstochten met Frosty en Eddie Shames in alle richtingen; nagaan, waar gunstige oversteekplaatsen waren en contacten met het bezette gebied over de Rijn.
Dick Winters en Lewis Nixon
Dat zat als volgt:
We hadden veel last van mortier -en granaatvuur, waardoor vele koeien en soms ook mensen gedood en gewond werden. Om na te gaan waar dat vuur vandaan kwam ondernam ik op eigen houtje maatregelen en bezette toen de kerktoren van Randwijk om de andere oever te bespieden.
De Duitsers moeten dat bemerkt hebben want ze namen die kerktoren onder vuur en het werd wegwezen geblazen. Daar de kerk meerdere malen getroffen werd moest ik er uit maar waar. Aan de overkant van de straat stond een krachtstationnetje van de GPEM, met de zware metalen deur wijd open en sloot ik mijzelf op. En wat zag ik daar, toen ik van de schrik bekomen was? Een schakelhord met telefoonverbindingen naar Wageningen, Renkum, Arnhem, ja zelfs tot Veenendaal.

Dat was wat! Toen de beheerder opgezocht, die zich en zijn familie had ingegraven in een boomgaard onder Zetten.
Op mijn verzoek nam hij contact op met Wageningen om vast te stellen dat de juiste man aan het apparaat kwam. Wat hebben wij veel plezier gehad van die verbindingen. We hadden contact met het verzet (van Roekel en de Vos van Steenwijk) en kregen juiste inlichtingen omtrent troepenbewegingen in de richting van Kesteren (ter ondersteuning van de gevechten in Opheusden) , en later kregen we te horen waar de ca. 200 Engelse Parachutisten zich ophielden om overgezet te worden.

De Vos van Steenwijk kwam overgezwommen en Major Shettle had er veel mee te doen. Ja, die de Vos van Steenwijk was ‘n dappere Nederlander.
Maar om even terug te komen op die verbindingen, we moesten eerst toestemming hebben van het hoofdkwartier dat gevestigd was in de Heilige Landstichting.  Daar moest ik op rapport komen en werd, zoals gebruikelijk, met alle soorten vragen lastig gevallen. Ik ben nog nooit van mijn leven zo vaak en zo terdege op mijn politieke instellingen getest als door die mensen.
Toen later mijn politieke betrouwbaarheid in Duitsland ter sprake kwam was het de ClC die mij met "hand en tand verdedigde.
In Zetten, op ons HQ., kregen we bezoek van ‘n Amerikaans Officier, die mij het vuur zodanig aan de schenen legde,  dat ik hem de huid vol schold. Ik zei hem:” You Son of a Bitch, I left my Wife and Children and my job and my business in order to assist you and what I get in return? A lot of Shit". Dat deed 'het’. Hij begon te lachen en schudde mij de hand en zei; “ John, we’re going to safe those dammed Limeys there and we just have to make sure that everything is allright”. Maar ik mocht niet mee. Ik had nl. aangeboden mee te gaan, maar dat werd afgewezen. Ik was nog steeds burger en ze konden dat risico niet nemen.
Capt. Heyliger (Moose) van HQ. Co, 2nd, Bn. 506 ondernam deze operatie met succes en bracht die arme donders veilig over, plus 'n aantal gevangenen.

Plunderingen


Charlie Chase vertelde later nog ‘n andere geschiedenis dan die van de brug  in Grave.
Er werd nl. veel gestolen aangezien vele huizen leeg stonden en die werden - niet altijd - bezet door onze soldaten. Ik was er getuige van dat de Engelsen zich daaraan schuldig maakten en beklaagde mij daarover bij 'n Engelse kapitein. Die rotzak wou me neerschieten maar gelukkig kwam Weast (The Bull) opdagen.
Toen ik mij daarover beklaagde bij kolonel Strayer werd er een bespreking gehouden op het HQ van kolonel Robert Sink, waarbij Bob Strayer en Charlie Chase aanwezig waren.
Kolonel Sink had er eerst geen oren naar maar ik hem vertelde hem dat de Duitsers in soortgelijke gevallen erg streng optraden en vaak de overtreders voor het vuurpeloton brachten. Niet omdat ze dat zo erg vonden, maar ze wilden de discipline onder alle omstandigheden handhaven. Toen gaf hij toe orders uit te vaardigen om het stelen tegen te gaan. Met zijn benen op het bureau van de dominee nam hij toen zijn forty-five, smeet deze revolver op tafel en zei: “John, I'm going to shoot the Son of a Bitch myself" . Maar er kwam wel 'n einde aan.

Naar Frankrijk

De divisie werd opdracht gegeven terug te trekken. Bestemming: Mourmelon Le Grand bij Reims. Bob vroeg of ik wilde blijven en kreeg daarvoor toestemming van het Tolkenbureau.
In Mourmelon had ik wat contact met franse officieren, ging met Captain Hovie van de 327ste  terug naar Nederland om mensen te ondervragen in verband met diefstallen en hadden op de terugweg in Brussel 'n aangename verpozing. Ik kreeg opdracht om inkopen te doen; lampen en andere spullen bij Philips Leuven; bier bij Stella Artois in Brussel, enz. In Mourmelon kreeg ik ook mijn parachutistenopleiding. Wat het springen betreft zei Bob Sink:"John, every sucker can do it and so can you". Maar ik kreeg geen toestemming om te springen i.v.m, mijn bijzondere taak. We wisten dat het in de Ardennen tot hevige gevechten was gekomen en waren er bijna zeker van, dat wij daar ingezet zouden worden en dat gebeurde dan ook plotseling.
We vertrokken in de namiddag. Alle kenmerken op voertuigen en uniformen moesten verwijderd worden en de bestemming werd van plaats tot plaats bekendgemaakt.
van kooijk met auto

Ik had de beschikking over 'n Opel Kapitein, die ik in Uden had gevorderd maar die zag er slecht uit door een voltreffer in Valburg.
Tussen Elst en Driel werd de auto door Weast van nieuwe banden voorzien, de voorruit werd vernieuwd, de versnellingsbak verwisseld, maar de onderkant van de 88mm. granaat zat er nog steeds in.
Frosty, Sgt. Campbell en ik hadden de auto volgestopt met supplies en ….benzine en dat bleek achteraf petroleum te zijn.

Toen we in Nancy moesten bijtanken zaten we in de boot. Even buiten Nancy veranderde de auto in ‘n stoommachine en zo goed en kwaad als dat ging terug naar Nancy om te overnachten.
De volgende morgen al zeer vroeg de motor gezuiverd, benzine getankt en toen door naar Bouillon.

Bastogne

Daar kregen wij te horen dat onze bestemming Bastogne was. De M. P's verklaarden ons voor gek en zeiden: " Everybody is moving out and you're moving in. You must be crazy".
noot webmaster: dit deel wordt in de tv-serie duidelijk naar voren gebracht. Terugtrekkende troepen terwijl E-Co. aankomt en probeert munitie etc. van hen te bemachtigen omdat ze zelf onvoldoende bij zich hadden.

Dat waren wij ook, vooral ik, omdat we te laat waren. Dus de ramen aan beide zijden opengedraaid en met ‘n rot vaartje in de richting Bastogne. We werden onderweg onder vuur genomen maar onze automatische karabijnen hielden de Heini's wel op 'n afstand.
In Bastogne werd ik ingedeeld -beter gezegd- toegevoegd aan IPW (Interogation Prisoners of War) onder leiding van Capt. Gion en Sgt. Günther Heimann.(foto onder. 3e van links is John van Kooijk)
verhoor team
Bastogne is 'n hoofdstuk apart, maar daarvoor heb ik nou geen tijd; ik zou het beknopt houden en beperk me dus tot algemeenheden.
Taak: ondervragen van krijgsgevangenen, enkele patrouilles naar Foy, Nouville, Réconje, Bource, Hemroulle, enz.
Spionnen opgepakt, ondervraagd en afgeleverd aan de Rijkswacht.
Het IPW team in de Rijkswacht geassisteerd met het ondervragen van Duitsers, totdat de grote aanval kwam om ons af te snijden van het Hoofdkwartier. Dat was ca. 100m. bij ons vandaan. Ik moest de gevangenen bewaken, want die werden onrustig en trachtten uit te breken. Ons kwartier, vlakbij de spoorweg, kreeg 'n voltreffer en we moesten naar de kelder verhuizen met 4 gevangenen. Daar brachten we onze Kerstavond door en ik was zeer begaan met het lot van Andrews, die het op z'n zenuwen kreeg. Hij vroeg om uit zijn kleine Bijbel de geschiedenis voor te lezen van de geboorte van Jezus Christus, maar niemand kon het betreffende hoofdstuk vinden. Maar mijn gedegen Protestante Opvoeding kwam mij te hulp en zodoende had ik de prettige en plechtige taak het verhaal uit Mattheus voor te lezen. Dat deed Andrews goed, ook de anderen en de Duitsers. Ik had eigenlijk met die Duitsers te doen, en zei hen dan ook dat ik uit Mattheus "De Geboorte van Jezus Christus" had voorgelezen en dat hadden ze dan ook wel begrepen.
Nadat Noville gezuiverd was van Duitsers trokken we op naar Vaux. Hoofdkwartier 'n oude boerderij waarin de Moffen danig huisgehouden hadden.
Capt. Thomas maakte daar veel krijgsgevangenen, waarvan ik er enkele ondervroeg en daarvan belangrijke inlichtingen kreeg.

Vertrek uit Bastogne


Nadat we door de 4th Armoured van Patton bevrijd werden trokken we via Luxemburg, Metz, Gironville, etc. naar de Elzas. Via enkele kleine dorpjes tenslotte ons HQ opgezet in de kazernes in Hagenau. Daar weer toegevoegd aan Eddie Shames.
Via het ondervragen van ‘n mijnwerker, die uit het door Duitsers bezette gebied ontsnapte, kwam ik de ligging van verschillende Duitse Hoofdkwartieren te weten en door stom toeval 'n concentratie van Tijger Tanks in Bois du Chène, zo’n 12 km. van ons vandaan. De vriend van deze mijnwerker was daar op het Kasteel tuinman en hij was naar onze linie gevlucht omdat de Duitsers 'n aanval aan het voorbereiden waren. Bob Strayer vond deze informatie geweldig belangrijk maar gaf geen toestemming de zaak ter plaatse te onderzoeken. Maar ik deed het toch. Ik beloofde de mijnwerker koeien met gouden oren als hij mij op verkenningstocht wilde vergezellen en dat zat goed. In burger, voorzien van mijn Nederlandse papieren en mijn Philips' Ausweisz gingen we al heel vroeg 's morgens op stap en drongen de vijandelijke linie binnen. Via vrienden en kennissen, van deze brave ziel, die ons 2 fietsen ter beschikking stelde, kwamen tot vlakbij het kasteel en toen was het bijna met ons gebeurd. Maar die mijnwerker was een artiest. Vertelde dat de tuinman die al hij ons was, moest komen omdat zijn vrouw bevallen moest en dat gaf mij de tijd om 34 Duitse tanks te tellen en toen wegwezen.
capt.strayer
Teruggekomen moest ik het Bob wel vertellen en die was in de wolken, maar zei toch wel : "You crazy son of a Dutch Bitch. I told you not to go. You hear ?" en begon toen te lachen.
Bob moest er vorige week nog om lachen toen wij dat verhaal oprakelden.
Maar om oven door te gaan: De zware artillerie zou dat geval wel even onder vuur nemen, maar ik adviseerde onze vliegtuigen in te zetten en dat gebeurde dan ook met veel succes.  Terug naar Mourmelon om wat op adem te komen en toen naar Duitsland.
Het hoofdkwartier van de 101  was in Grevenbroich. Wij in Horn bij Dormagen. Contacten gelegd met Duitse verzetstrijders, 2 Duitse soldaten van ‘n Rijnaak gehaald, ongewapend en naakt, maar dat was geen bezwaar.
Die jongens waren ‘s nachts in een roeiboot overgestoken en hielden zich schuil in een Nederlandse Rijnaak van 'n zekere Janssen. Na de oorlog heb die Janssen nog enkele malen bezocht.
Hij verzorgde de luchtvracht voor -naar ik meen-  Reimann, Stock en Kersken.
Die Duitsers gaven ons ‘n goed beeld wat er aan de andere kant aan de hand was. Ze waren het zat en woonden in onze omgeving dus namen de kans waar om hun oorlog te beëindigen.
Via Keulen naar Jagsthausen en Widdern, ca. 30 km, ten Noord-Oosten van Stuttgart. Bleven daar slechts enkele dagen en toen via Augsburg, Ulm en Memmingen naar Buchloe, vlak onder Landsberg.
Daar had ik het druk met het regelen van vele zaken zoals het registreren van geallieerde krijgsgevangenen, buitenlandse arbeiders onderbrengen en enkele gevaarlijke Nazi's oppakken, die door enkele inwoners werden aangewezen. Verder ‘n bezoek gebracht aan een klein Concentratie Kamp, waar de mensen –meer geraamten- onder de grond gehuisvest waren. Met 'n medisch team  hulp verleend.
Met behulp van 'n Poolse jongen een bezoek gebracht aan het dorpje Weich en 'daar in burger de kapitein en zijn manschappen én zijn Russische gevangenen én enkele hoeren in colonne afgevoerd  naar Buchloe. Maar daar ga ik niet verder op in. De kapitein, ofschoon hij mij wilde neerknallen, was toch een prettige vent, after all. Hij was toch wel onder de indruk van mijn spelletje en zei dan ook tegen Bob Strayer: " Der Mann hat keine Nerven".
Onze Officieren luisterden zeer gespannen naar de ervaringen van deze kapitein in Rusland en de verhouding was dan ook zeer vriendschappelijk.
Weer op weg, onder München langs, naar Miesbach en daar trof ik langs de weg 2 uitgehongerde en uitgemergelde Poolse Joden, die uit het KZ waren ontsnapt.
Het eten van een klein stukje chocolade maakte ze al ziek en één trek aan 'n sigaret maakte ze misselijk. Ondergebracht bij een rijke Duitse boer en hem gedreigd z'n boerderij plat te branden als hij er niet voor zorgde, dat die 2 gezond en wel werden.
'We hadden ontzettend veel gevangenen en wisten er eigenlijk geen raad mee. Capt. Cox had 'n grote, zware Zugmaschine met aanhangwagen gevorderd en onderhield daarmee 'n lijndienst naar het "afleveringscentrum”.
Onder deze lading gevangenen bevond zich 'n boerenjongen, die mij huilend vertelde dat hij daar in die boerderij woonde. Ik had toch wel medelijden met die knul en zei dat hij als de bliksem de benen moest nemen, want zijn vader had hem nodig. Ik zal nooit die dankbare blik in zijn ogen vergeten.

Berchtesgaden


Via Oostenrijk naar Berchtesgaden, want de bruggen over de Autobahn waren allemaal opgeblazen.
Hoofdkwartier in "Hof Berchtesgaden". Harry Welsh en ik ondernamen verschillende tochten en kwamen terecht in een dorpje, beter gezegd nederzetting op 'n berghoogte en ja, 'n peloton Duitsers met enkele voertuigen. Harry schrok zich rot, maar ik zei hem zich rustig te houden. Alsof ik Adolf Hitler zelf was ging ik ongewapend op hen toe en gelastte de Unteroffizier Schmidt zich met zijn troep in Berchtesgaden te melden bij onze IPW en gaf hem een begeleidend briefje mee.
Wapens achterlaten, vooral de Lügers, want daar was het ons om te doen, en opschieten want de Fransen waren dichtbij. En van die Fransen hadden ze niet terug. We hadden onze Lügers en op de terugweg 'n spiksplinternieuwe nieuwe Duitse stafwagen nl, Horch Benz. Wat 'n kar, maar geen benzine, dus op sleeptouw genomen.
Toen ik de andere dag de berg opreed om eens te kijken waar Hitler woonde, trof ik daar 'n Franse kapitein én mijn 'Unteroffizier Schmidt. Hij had het niet gehaald met zijn mannen en daar stond hij nu met 'n schop in z'n hand puin te ruimen. Ik vertelde de kapitein dat ik op zoek was naar documenten maar hij wist niet waar te beginnen.
Die arme Schmidt stond mij maar aan te kijken en toen stapte ik op hem af. Hij  zei: “Herr Oberleutnant, als wir den Berg herunter kamen haben die Fransozen uns geschnappt. Können Sie mir  bitte hier herausholen?".
Ik zei:" Ich werde es versuchen aber Sie müssen mir erzählen dass Sie hier mal eingesetzt waren, dann kann ich Sie vielleicht für eine Vernehmung mitnehmen."
Natuurlijk wist hij geen mieter van de Hitler kwartieren af maar ik gaf de Franse kapitein geen tijd na te denken en nam hem mee. Schmidt was 'n handige piemel; repareerde onze auto, maakte de bedden op, hield alles schoon, dronk onze wijn, zat bij ons aan tafel, kortom: 'n fijne vent. We hebben hem meegenomen naar Kaprun, waar wij via Lofer, Saalfelden en Zell am See aankwamen. Maar Schmidt had heimwee en wilde naar huis. We hebben hen toen een brief meegegeven waarin wij de Amerikanen verzochten Schmidt alle medewerking te verlenen, zodat hij zich thuis bij zijn familie kon voegen.
Reden: "Schmidt has rendered many good services to our unit",  iets in deze geest.  Ja, Kaprun, waar de echte originele SS eenheden de berg afrolden en ons dwongen -Harry en ik- tegen de bergwand te parkeren. En dat geschreeuw van die dikke, stevige, Duitse militaire politie. Harry was danig onder de indruk. Ze hadden hun hoeren bij zich en zagen uit als of ze op vakantie geweest waren. In de vlakte van Zell am See sloegen ze hun tenten op en marcheerden later onder bevel van eigen officieren naar München om daar ontwapend te worden.
Hoofdkwartier boven in de bergen in Hotel “zur Post”. Heb het nooit meer kunnen vinden. Men heeft mij verteld dat ze alles afgebroken hebben om die "Kraftwerke" te kunnen bouwen. Kreeg bezoek van Generaal von Weichs en zijn staf -met de witte vlag- gaf geen hand maar leverde ze af aan Dick Winters, onze S. 3.
Verder kwam zich melden 'n zekere Referendar Dr. Heinrich die met Dr. Masing en Dr. Ditrich nieuwe V-1s ontworpen hadden. Proefmodellen lagen verborgen in Thüringen. Wilde ons alles vertellen als hij maar naar Amerika mocht. Afgeleverd aan het Engenerings korps in Zell am See voor ondervraging.
Verder de Bergwerke onderzocht, die AEG in samenwerking met General Electric had gebouwd.
Enkele gevallen van "verkrachtingen" opgelost, een Oostenrijkse Alpenjäger opdracht gegeven grote hoeveelheden Duitse munitie te vernietigen en toen was het zo ongeveer gedaan.
Kwam in Berchtesgaden terug, vandaar naar Augsburg via Saltzburg en in. Augsburg de  MP's opgeleid om simpele Duitse vragen te stellen voor controle op identiteitspapieren.
Kwam in contact met de beruchte SS-Kolonel Skorzeny,(rechts)en zijn adjudant Richard Wagner van Warten bei Insbruck, die in de Vernehmungsgefängnis van de infanteriekazerne waren opgeborgen.
Kreeg de leiding van deze gevangenis, oefende controle uit op pakjes die ze nooit ontvingen en liet geen bezoek toe.
Tenslotte even terug naar Berchtesgaden. Toen de Divisie terugtrok op Frankrijk om ingescheept te worden was ik van de partij en kwam zodoende in september 1945 weer in Eindhoven aan.
Via het CGR (Commissioner General Recuperation) in Amsterdam 'n opleiding gevolgd om geroofde goederen in Duitsland op te sporen en terug te brengen naar Nederland. Dat was een ingewikkelde procedure en liep via een claim op het geallieerde hoofdkwartier en Berlijn.
Dat leverde weinig op - in de meeste gevallen – zodat ik op eigen gelegenheid fabrieken bezocht in de Amerikaanse sector van Duitsland in mijn Amerikaanse uniform met de badges van de 101ste Airborne en had veel succes.
Verschafte Amsterdam de gegevens, deze dienden een claim in en de goederen werden dan door mij teruggevoerd. Maar het is toch wel droevig waar te nemen hoeveel firma's beweerden, dat de Duitsers hun goederen gestolen hadden terwijl ze in werkelijkheid legaal aan de Duitsers verkocht werden.
skorzeny
gezin van kooijk

weer thuis. gemengde gevoelens.


Eindelijk thuis om mij weer bij mijn gezin te voegen. Ik bleef' nog even werkzaam bij de NSF in Hilversum, nam ontslag, en wijdde mij geheel aan de opbouw van mijn sportzaak.
Voor importvergunningen moest ik in Den Haag en Amsterdam zijn maar kreeg te horen, dat te laat was. Hoe kon ik nu in ’s hemelsnaam met vrouw en kinderen dienst nemen.
Dat was toch onverantwoordelijk. Dus in plaats van waardering krijgen kreeg ik te horen dat ik toch maar een domme jongen was geweest. Nee, die collaborateurs waren beter af.
Die moesten voor straf werken voor de opbouw van het land en kregen alle machines die ze nodig hadden en kwamen zodoende er weer spoedig bovenop.
Veel later kreeg van mijn vrouw te horen, dat ze van niemand ondersteuning had gehad toen (en tijdens) ik mij voor de goede zaak had ingezet. Van de accountant Kootstra moest ze geld lenen om rond te komen.
In 1948 belde Eddie Shames mij op en verzocht mij over te komen. Visa lagen klaar in Rotterdam.
Ik heb daar ongelooflijk veel waardering: gehad voor mijn bescheiden bijdragen in de oorlogvoering van de 101, maar tot nog toe heb ik van Nederlandse zijde iets dergelijks niet ondervonden. Ja. In zekere zin wel iets!
In de krant van Norfolk (The Norfolk Ledger Despatch) stond op de voorpagina een uitgebreid verhaal afgedrukt van John van Kooijk. Dat werd overgenomen door de "Knickerbocker" in New York en toen kreeg ik vele uitnodigingen, die ik niet kon aannemen.
Toen ik weer op Schiphol aankwam had ik een problemen met de douane.

Ik moest invoerrechten betalen voor wat lakens en slopen en wat kindergoed voor Nettie die ik als geschenken had ontvangen. En om het wat leuker te maken: het was rot weer, de 4 banden van mijn oude auto stonden slap en de prijs voor het parkeren was schandalig hoog en de lifter die ik buiten Amsterdam meenam was zo ongemanierd, dat ik hem vóór het Station in Den Bosch op zijn donder gaf.
Naar aanleiding van de berichten in de Amerikaanse Couranten werd ik opgebeld door 'n zekere Majoor Robertsen - als ik liet wel heb- en die vroeg mij te berichten hoeveel uren ik aan het front had doorgebracht en welke tijd ik niet aan het front was.
Dat had iets te maken met het voordragen voor een onderscheiding. Ik zei hem dat hij dat maar moest vergeten. Aan het front hadden we geen notitieboekje om de uren op te tekenen. Later kreeg ik wat geld toegezonden maar dat schonk ik aan het Diaconessenhuis.


En dan het eerste bezoek van de Amerikanen aan Eindhoven. Ik had me opgegeven als gastgezin voor Bob en Millie Strayer, waarmee ik al die tijd contact had onderhouden.
Ik kon ze in niet onderbrengen in de Mathildelaan maar bestelde kamers voor hen bij mevrouw Pijpstra aan de Frederika van Pruissenweg.
Toen ik ze wilde afhalen in het Philips ontspanningsgebouw stond daar een arrogante Ir. Van Maanen die mij vertelde, dat de Strayers al ondergebracht waren.
" Waarom?" vroeg ik waarop deze man me aankeek en zei: “Die kan ik toch zeker niet bij u onderbrengen.”
Ray en Marylin Olson en hun zoontje hebben toen op mijn kosten van deze kamers gebruik kunnen maken.
De Strayers waren er zeer verbaasd over. Die man heeft me overal dwars gezeten; ik mocht niet mee in de bus; ik mocht in Nijmegen niet deelnemen aan het diner; etc. etc.
Bob Strayer en Bill Wolton trachtten deze man aan zijn verstand te brengen dat ik hun "Buddy" was, maar hij was te arrogant omdat te kunnen verwerken.
De grote krachtmeting vond plaats in de bar van het Krasnapolsky hotel te Amsterdam.

Op veelvuldig verzoek zou ik daar aanwezig zijn en ik was er dan ook. Na het borreluurtje zouden ze naar de “Vijf Vliegen” gaan op het Spui maar van Ir. Van Maanen mocht ik niet mee. Philips had niet voor mij betaald. Ik zei tegen hem dat ik Philips niet nodig had en dat ik wel voor mezelf kon zorgen maar ook dat hielp niet en toen kwam de uitbarsting die zich in al die weken had opgehoopt.  Volgens  Bob Strayer, Bill Bolton en anderen zou ik wel meegaan maar ik weigerde.


Na het diner kwamen de meesten terug naar de bar en lieten de fourty-four nightclub op het Rembrandtplein schieten. Ik heb mij hierover bij Ir. Otten beklaagd en die bood zijn excuses aan omdat hij de fout had gemaakt mij niet met de leiding te hebben belast. De volgende keer dan zei hij maar ik zei:”Mr. Otten, ik ben ’n zaak aan het opbouwen en heb daarvoor geen tijd. “ Ir. Van Maanen moest zich bij mij verontschuldigen van Ir. Otten maar ik heb zijn excuses niet aanvaard omdat ik van mening was dat hij moedwillig de zaak op de spits gedreven had.


Tenslotte zou ik willen zeggen, dat Eindhoven veel te danken heeft aan mijn dappere vrouw Nettie. Als halfjoodse vrouw liep ze al heel veel risico.
Tijdens mijn afwezigheid heeft ze zich er dapper doorheen geslagen en de Jobstijding, dat ik gesneuveld was, moedig verwerkt.
Frans, de eerste waardering ontving ik echter van de zijde van Dr. Van de Lee die in zijn brief aan mij betreffende zusterstad Clarksville, zijn waardering te kennen gaf voor wat ik voor Eindhoven heb gedaan. Dat heb ik zeer op prijs gesteld, ofschoon Ted Crozier die brief nooit teruggegeven heeft.


Dat was het zo ongeveer, Frans! Groeten aan Jo en de Airborne Vrienden.
Tot ziens,
Je vriend John van Kooijk.

overlijdensadvertentie John van Kooijk

John van Kooijk overleed op 86 jarige leeftijd op 9 februari 1995. Hiernaast zijn overlijdensadvertentie.

Let op de bekende namen van zijn 101ste Airborne vrienden

.In het Eindhovens Dagblad verscheen over hem een artikel.

Foto rechts is gemaakt in 1992.

INDEX